SIS-agent Wim Niermeijer
‘Na een geheimzinnig onderhoud met mijn broer is deze laatste met den vreemdeling vertrokken en sindsdien niet weer gezien.’
FB · 16 december 2025 · bijgewerkt op 18 december 2025
‘Handelsreiziger van beroep’ noteerde Nol Wolters van de afdeling Politieke Veiligheid van de Nederlandse Centrale Inlichtingendienst (CID) in Londen. Het was 4 oktober 1941 en voor zich had hij Wim Niermeijer, die drie dagen eerder in Engeland was aangekomen. Handelsreiziger mag een van Niermeijers betrekkingen zijn geweest, maar is een nogal misleidende kwalificatie voor deze avonturier met twaalf ambachten.
Van zijn avonturen krijgen we een indruk uit het verslag van zijn verhoor door de Britse veiligheidsdienst MI5 in de Royal Victoria Patriotic School. Door dit soort bronmateriaal uit de dossiers van de Londense ministeries van Justitie en Defensie, bewaard in het Nationaal Archief, kunnen we grotendeels de weg terugvinden die Niermeijer had afgelegd om in oktober in Engeland te komen. Wel moeten we vraagtekens zetten bij Niermeijers verhaal. Verschillende – voor ons, waarschijnlijk niet voor MI5 of de CID – controleerbare details blijken namelijk niet kloppen. Bijvoorbeeld: misschien trok hij wel door Italië met een vriend, maar zijn metgezel was niet de winnaar van de Prix de Rome, zoals hij zijn ondervrager vertelde, want die werd aan iemand anders toegekend. Wellicht dus dat er in zijn relaas over zijn latere belevenissen ook onnauwkeurigheden zitten.
Stadsarchief Amsterdam
Niermeijer werd op 2 mei 1914 in Alkmaar geboren. Zijn vader was civiel ingenieur bij het seinwezen van de Nederlandse Spoorwegen. Hij overleed plotseling in 1930, op 53-jarige leeftijd. Willems moeder was tot haar huwelijk handwerklerares geweest. Wims schoolloopbaan – gedeeltelijk gedocumenteerd in het Stadsarchief Amsterdam – was weinig succesvol. Op het Stedelijk Gymnasium Amersfoort doubleerde hij het eerste jaar. Hij vertrok aan het eind van de tweede klas toen hij voor de derde was afgewezen. Die doorliep hij op het Christelijk Gymnasium Utrecht. In 1931 was de rector van het Amsterdams Lyceum, C.P. Gunning, bereid hem in de vierde klas gymnasium te plaatsen: ‘Ook de herinnering aan zijn Vader’, schreef Gunning aan Wims moeder, ‘met wien ik zoo veel en zoo prettig heb mogen samenwerken, maakte dat ik blij ben thans iets voor zijn en Uw jongen te kunnen doen.’
Helaas ging het in Amsterdam niet veel beter. Alleen voor lichamelijke ontwikkeling scoorde Niermeijer een ruime vier van de vijf. ‘Wij blijven ervan overtuigd dat hij een goed eindrapport kan halen, maar dan zal het de resteerende maanden van den cursus nog heel wat van zijn kracht en energie vergen’, luidde de beoordeling. Dat was kennelijk te veel gevraagd. Het schooljaar 1932-33 volgde Niermeijer lessen op de afdeling hbs van het Amsterdams Lyceum, maar zijn cijfers werden er niet beter op. Hij deed een poging om tot de zesde van het gymnasium te worden toegelaten, maar werd daarvoor afgewezen. In juli 1933 verliet hij het Amsterdams Lyceum zonder diploma.
Dossiers bij Justitie en Defensie
Bij zijn verhoor in Londen vertelde Niermeijer echter een heel ander verhaal: met zeventien jaar – dat zou zijn geweest in 1931 – was hij begonnen te werken en werd hij als vertegenwoordiger aangenomen bij Uitgeverij Keesing in Amsterdam. In de herfst van 1932 vertrok hij met een vriend voor een half jaar naar Italië. Terug in Nederland werkte hij tot de zomer van 1938 als agent voor een Frans bedrijf in tandheelkundige instrumenten. Daarna ging hij onder meer aan het werk voor de AVRO en het tijdschrift Het Leven. In september 1939 werkte hij kort voor een Duits bedrijf gespecialiseerd in etalageverlichting, maar toen de oorlog uitbrak, kwam daar een eind aan. Daarnaast was hij korte verhalen voor kranten en tijdschriften gaan schrijven. Voor militaire dienst was hij voorgoed ongeschikt verklaard vanwege ‘astma’ en ‘voeten’.
Bij het uitbreken van de Fins-Russische oorlog eind november 1939 meldde Niermeijer zich bij het Finse Consulaat in Amsterdam om tegen de Russen te gaan vechten. In januari 1940 vertrok hij uit Amsterdam en sloot zich in Finland aan bij het Internationale Legioen. Van in actie komen was geen sprake. Niermeijer begon aan de terugweg naar Nederland, maar de dag dat hij in Oslo aankwam, was Duitsland net Noorwegen binnengevallen. Noodgedwongen keerde hij terug naar Zweden, waar hij zich samen met andere vrijwilligers aanmeldde om in Noorwegen deel te nemen aan de strijd tegen de Duitsers – een initiatief waarvan ze nooit meer iets hoorden. In Zweden werkte hij op een boerderij, in de keuken van een hotel, als freelance reclameagent, schreef artikelen voor Zweedse kranten en tijdschriften en speelde ’s avonds piano in een café. Omdat hij zich wilde aansluiten bij het Nederlandse leger, vroeg hij via de Nederlandse legatie een nieuw paspoort aan.
Voorzien van de noodzakelijke visa vertrok hij op 9 april 1941 uit Stockholm met René Borgerhoff Mulder (1913-1996) en Albert Roessingh (1914-1943), twee vrienden die elkaar uit Leiden kenden en samen uit Nederland waren vertrokken. Ze zouden allen Engeland bereiken, al legden ze niet dezelfde route af. Niermeijer kwam via Rusland, Turkije, Syrië, Irak en Iran in Bombay terecht. Vanuit India verstuurde hij een telegram naar zijn moeder met de tekst: ‘Alles wel aan boord. Zal bezoeken oom Jan van Riebeek, oom Sam en Beb de Jongh’, waarmee hij in bedekte termen zijn geplande route aangaf. Vanuit Bombay ging hij met Borgerhoff Mulder op 23 juli 1941 met de SS Blommendijk via Kaapstad, Trinidad en Halifax (Canada) naar Glasgow. In Kaapstad was ook Roessingh aan boord gekomen. Borgerhoff Mulder en Roessingh werden beiden actief bij het 320 Dutch Squadron RAF. Roessingh kwam om bij een ‘air sea rescue’ boven de Noordzee op 30 juli 1943.
Niermeijers ondervrager van MI5 concludeerde:
He speaks several languages and as he has travelled a lot in Holland he thinks he might be usefully employed. Seems to have led rather a bohemian life but appears to be able to look after himself in difficult situations. Makes a good impression and seems quite intelligent.
Het telegram dat Niermeijer aan zijn moeder stuurde en de samenvatting van zijn verhoor door MI5 bevinden zich in het archief van het ministerie van Justitie bij het Nationaal Archief, evenals de verslagen van Borgerhoff Mulders en Roessinghs reis naar Engeland – waarin zij overigens geen melding maken van Niermeijer.
Niermeijer werd gerekruteerd door de Britse Secret Intelligence Service (SIS) om in Nederland inlichtingen te verzamelen. Op een kopie uit een Brits kaartensysteem, opgenomen in een dossier in het archief van het ministerie van Defensie, staat ‘Nash’ vermeld als codenaam voor Niemeijers missie, Napier als zijn eigen codenaam en W.J. van Nes als alias in bezet gebied – ‘in het veld’ zoals dat werd genoemd.
De archieven van de Britse inlichtingendienst zijn gesloten, maar aan de hand van andere bronnen kunnen we een deel van Niermeijers geschiedenis reconstrueren.
Royal Air Force operations records book
In het ‘operations record book’ van het 138 Squadron van de Royal Air Force vinden we dat operatie Nash werd uitgevoerd in de nacht van 28 op 29 maart. Piloot Harold Outram (1914-2003) vertrok om twintig voor twaalf ’s nachts van vliegveld Tempsford met Whitley no. Z9232. Hij zette koers naar Terschelling, vloog eerst oost- en daarna zuidwaarts, liet Leeuwarden aan bakboord liggen en volgde de spoorlijn tot het dorpje Peperga op de grens van Friesland en Overijssel. Zijn passagier sprong af boven het afgesproken punt.
Mémoires van Hazel Seymour
Niermeijer werd uitgezonden als agent-marconist: hij zou inlichtingen verzamelen en deze naar Londen telegraferen. Door de ongepubliceerde mémoires van Hazel Seymour, de echtgenote van het hoofd van de afdeling van SIS die zich over Nederland ontfermde en zelf ook bij de dienst werkzaam, weten we iets meer over Niermeijers werk als geheim agent. Hij werkte, schreef Seymour, in zijn eentje – los van enige verzetsorganisatie – en woonde in Amersfoort, een belangrijk spoorknooppunt. Zijn berichten over de verplaatsingen van Duitse troepen en de toevoer van voorraden was van onschatbare waarde. Maar er deed zich een urgent probleem voor: zijn geld raakte op. Hij vroeg Londen hem zo snel mogelijk geld te sturen. SIS had op dat moment echter geen mogelijkheid om dat voor elkaar te krijgen en deed daarom een beroep op de collega’s van de sabotagedienst Special Operations Executive (SOE). Met grote tegenzin, want in beginsel functioneerden SIS en SOE in het veld volkomen gescheiden van elkaar.
SOE-telegrammen
SOE was bereid te helpen, blijkt uit de archiefstukken van de Nederlandse sectie van de dienst. Zij stuurde een bericht aan de in november 1941 gedropte marconist Huub Lauwers met de opdracht de komst van een volgende agent voor te bereiden: een droppingsplek uit te kiezen en een zogenoemd ontvangstcomité te organiseren voor agent ‘Bram’, zes containers – cilindervormige verpakkingen met bijvoorbeeld sabotagemateriaal – en een pakket met persoonlijke bagage. Bram zou een grote zaklantaarn bij zich hebben, die via een tussenpersoon moest worden afgeleverd op een bepaald adres. Vanaf 27 september werd het ontvangstcomité geacht klaar te staan. Op 30 september telegrafeerde Londen dat de operatie moest worden uitgesteld wegens slechte weersomstandigheden. Op 2 oktober kreeg SOE het antwoord dat Bram veilig was aangekomen en zes containers in goede conditie waren ontvangen. Londen feliciteerde het ontvangstcomité voor het uitstekende werk. Voor alle duidelijkheid: hier speelt zich het Englandspiel af. Lauwers was in maart 1942 gearresteerd en zijn zender was in Duitse handen. Londen communiceerde dus direct met de vijand zonder dit in de gaten te hebben.
Bram was de codenaam van Aart van der Giessen, door SOE uitgezonden om sabotage-activiteiten te organiseren. Hij werd meteen bij zijn landing gearresteerd. Het adres waar de zaklantaarn moest worden afgeleverd, had hij in code op een papiertje bij zich. In de zaklantaarn vonden de Duitsers 10.000 gulden in papier en een persoonsbewijs. Beide waren bestemd voor Niermeijer. Op 26 juni 1942 had hij geseind: ‘The watermark on my Identity Card is very poor and therefore it is practically worthless.’ Ongetwijfeld was dat de aanleiding om hem een nieuw persoonsbewijs te sturen. Niermeijers telegram is bewaard gebleven bij het archief van Justitie als een van meerdere klachten over de kwaliteit van de papieren die agenten meekregen. SOE noch SIS slaagde er in om het persoonsbewijs goed na te maken.
Schreieders rapport
Een van de Duitsers die nu in actie kwam was Joseph Schreieder van de Sicherheitsdienst. Na de oorlog schreef hij daarover, onder andere in een rapport voor de Parlementaire Enquêtecommissie 1940-1945. Op 6 oktober stuurde hij infiltrant Anton van der Waals naar het adres dat Van der Giessen bij zich had gehad. Die trof daar Niermeijer. Onder het voorwendsel dat de zaklantaarn elders aan hem zou worden overhandigd, stemde Niermeijer ermee in met Van der Waals mee te gaan. Onderweg werd hij door de Sicherheitspolizei gearresteerd. Van der Waals ging terug naar het betreffende adres en wist de bewoonster te overtuigen Niermeijers seintoestel en de codedocumenten aan hem mee te geven.
Dat Niermeijer uit Amsterdam zond, was al eerder opgemerkt door de Ordnungspolizei. Men wist alleen nog niet waar. Na zijn arrestatie bleven de Duitsers nog enige tijd berichten sturen met Niermeijers apparatuur zodat er in Londen geen twijfel zou ontstaan over de betrouwbaarheid van Lauwers’ zender. Immers: zou men in Londen geen argwaan krijgen als Niermeijers zendactiviteit opeens zou stoppen nadat Van der Giessen hem een pakket was komen brengen?
De Duitsers speelden het spel ook verder via Lauwers’ zender en lieten SOE op 11 oktober weten dat een speciale boodschapper met grote moeite de zaklantaarn had bezorgd. Degene die hem in ontvangst moest nemen, was namelijk erg behoedzaam en dacht dat hij misschien in gevaar was. Daarom was alle contact met hem verbroken. SOE bedankte voor de waarschuwing.
SIS
SOE was dus niet op de hoogte van Niermeijers arrestatie. Dat SIS dat wel was, blijkt uit correspondentie van SOE van twee jaar later. Naar aanleiding van een verhoor van SOE-agenten Ben Ubbink en Pieter Dourlein, die uit gevangenschap in Nederland waren ontsnapt en naar Engeland teruggekeerd, verklaarde SIS dat dit de waarnemingen uit die tijd bevestigde. Zij hadden namelijk gemerkt dat de zender van Niermeijer in Duitse handen was: ‘enemy-controlled’.
Het verlies van een agent als Niermeijer, schreef Hazel Seymour na de oorlog, had op zichzelf geen speciale betekenis: agenten werden nu eenmaal van tijd tot tijd gearresteerd. De Britse inlichtingendienst legde niet het verband met de hulp die SOE had geboden en trok niet de conclusie dat het SOE-netwerk in Nederland besmet was. Er is geen document waaruit blijkt dat SOE op de hoogte werd gebracht van Niermeijers arrestatie, noch dat SOE de telegrammen van Lauwers’ zender met de collega’s van SIS heeft gedeeld. Het Englandspiel kon verder worden gespeeld.
De arrestatie van Niermeijer laat zien welke desastreuze gevolgen de infiltratie van de Nederlandse SOE-netwerken door de Duitsers voor de veiligheid van agenten van andere diensten kon hebben, zodra deze een beroep op SOE deden. Niet voor niets was samenwerking in het veld in beginsel een no go. Deze geschiedenis geeft ook inzicht in de geraffineerde wijze waarop de Duitsers hun Englandspiel speelden en hoe gemakkelijk zij hun tegenstander in Londen konden bedriegen.
Broer Henk
Iets meer over de arrestatie van Niermeijer weten we nog dankzij een brief die zijn broer, Henk Niermeijer, in augustus 1945 schreeft en die zich bevindt in het archief van Defensie. Wim was het laatst gezien op 7 oktober 1942 door hun tante, Johanna Wilhelmina Koller, Okeghemstraat 33-III, Amsterdam Zuid,
toen hij bij haar kwam om een onderhoud te hebben met een persoon die daar naar hem was komen informeren. Deze had als legitimatie een foto laten zien op een persoonsbewijs, onder de hand de rest met de hand afschermend. Deze foto was de in Engeland van mijn broer gemaakte (met bril). Na een geheimzinnig onderhoud met mijn broer is deze laatste met den vreemdeling vertrokken en sindsdien niet meer gezien.Dat Wim Niermeijer het adres van zijn tante ook gebruikt had om te zenden – en dat Van der Waals daar zijn apparatuur en papieren had kunnen ophalen – schrijft zijn broer niet.
Na zijn arrestatie trof Niermeijer hetzelfde lot als de meeste van zijn SOE-collega’s: hij werd geïnterneerd in Haaren en via Assen en Rawicz naar Mauthausen getransporteerd. Daar werd hij op 7 september 1944 door de Duitsers vermoord. Postuum werd hij onderscheiden met de Bronzen Leeuw en de Queen’s Commendation for brave conduct.
Bronnen
- Met dank aan Pepijn Lucher voor het identificeren van Ab Roessingh op de foto met Niermeijer en Daan Meijer en Roel Schoonveld voor de gegevens over het Amsterdams Lyceum.
- Zie voor Ab Roessingh: Maurits Huijbrechtse, ‘Albert Roessingh. Een bevlogen jongeman’, 7 oktober 2025.
- Nationaal Archief: Ministerie van Justitie te Londen, 2.09.06, inv.nr. 4153, 10074 en 10079; Ministerie van Defensie te Londen, 2.13.71, inv.nr. 2803 en 2990; Archief Kluiters, 2.21.424, inv.nr. 108 (met het verhaal van Hazel Seymour). Zie Justitie, inv.nr. 10159 Rapporten van de Interdepartementale Commissie van de uit Nederland overgekomen Nederlandse vluchtelingen voor het verhaal van Roessingh en Borgerhoff Mulder.
- The National Archives: AIR 27/956/1 RAF operations record book; HS 7/274 War diaries met een samenvatting van de telegramcorrespondentie met de SOE-agenten; HS 6/738 met de genoemde correspondentie in 1944.
- Stadsarchief Amsterdam: Militieregisters; Archief van het Amsterdam Lyceum, 902, inv.nr. 5267.
- Becker & Becker, Het Englandspiel en de geheime diensten in Londen (Amsterdam 2024).
- Freddie Clark, Agents by moonlight. The secret history of RAF Tempsford during World War II (Stroud 1999). Outram crashte met zijn Whitley eind augustus 1941 ten zuiden van Blois, Frankrijk; de hele bemanning overleefde de crash en wist via Spanje en Gibraltar terug te keren naar Engeland.
- Enquêtecommissie Regeringsbeleid 1940-1945, Verslag houdende de uitkomsten van het onderzoek 4 A en B, De Nederlandse geheime diensten te Londen. De verbindingen met het bezette gebied (Punt F van het Enquêtebesluit), Verslag en bijlagen (’s Gravenhage 1950), Bijlage 16. Nota over het England-Spiel, geschreven ten behoeve van de Enquêtecommissie door J. Schreieder, 29-53.