Het Englandspiel
en de geheime diensten in Londen

Becker & Becker

SIS-agent Evert Radema

Hij werd geheim agent onder het motto ‘Je doet wat voor je vaderland’, maar werd ver na de oorlog ten onrechte beschuldigd van samenwerking met de Duitse bezetter.

FB · 20 april 2026

Evert Radema

Evert Radema. Foto: Ruurt Hut.

Evert Radema

Evert Radema. Englandspiel.eu.

Evert Radema was – anders veel andere geheim agenten – getrouwd en bovendien vader van twee kinderen. Omdat hij tijdens zijn missie in bezet gebied zijn gezin en vrienden opzocht, zijn er persoonlijke herinneringen aan die tijd bewaard gebleven.

Radema groeide op in Foxhol in Groningen, waar hij in 1903 werd geboren als vijfde van de zes kinderen van Peitje Drijfholt en Rutger Radema, timmerman en binnenschipper. Volgens het bevolkingsregister in 1921 was hij binnenschipper. Vijf jaar later verhuisde hij naar Amsterdam, waar hij een opleiding tot marconist combineerde met de grote vaart. Uit ansichtkaarten naar huis blijkt dat hij onder meer naar Lagos in West-Afrika voer.

In december 1927 trouwde Evert in Hoogezand met Rika Olthof uit Kropswolde en in 1928 werd hun dochter Peitje geboren. Het gezin verhuisde het jaar daarop naar Amsterdam, waar in 1929 zoon Geert werd geboren. In het Amsterdams bevolkingsregister staat Evert vermeld als binnenschipper, brugwachter en matroos grote vaart. Een vaste baan vinden was kennelijk moeilijk, want het gezin ging nogmaals terug naar Groningen. Radema werkte onder meer als brugwachter in Foxhol. Hij was, zo herinnerde een neef zich, in die tijd overtuigd pacifist en droeg een gebroken geweertje op de revers van zijn jasje.

Het gezin Radema vestigde zich in 1933 definitief in Amsterdam. Evert werkte voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland nu eens aan de wal, dan weer aan boord. Uit zijn brieven blijkt, aldus zijn kleinzoon, dat het leven op zee, ver van zijn vrouw en kinderen, hem zwaar viel. Niettemin moest hij toch voor langere reizen de zee op. Zo vertrok hij in september 1939 met de m.s. Poelau Roebiah naar Nederlands-Indië. Aan de familie in Groningen schreef hij: ‘het is wel een gespannen tijd om te vertrekken, maar daar kan ik toch ook niet bij blijven zitten.’ In december van dat jaar vertrok hij opnieuw met hetzelfde schip, maar toen hij op 15 maart 1940 in Nederlands-Indië aankwam, wilde hij wegens de oorlogsdreiging zo snel mogelijk terug naar huis. Hij monsterde meteen aan als matroos op het s.s. Enggano en vertrok op 20 maart 1940 naar Nederland. Ze waren op volle zee toen de Duitsers Nederland binnenvielen, waardoor ze naar Engeland moesten uitwijken.

Enggano

SS Enggano in 1939. Collectie D. Swierstra.

In Engeland werd Radema gerekruteerd voor de Britse inlichtingendienst Secret Intelligence Service (SIS). Samen met Ernst de Jonge werd Radema in de nacht van 23 op 24 februari 1942 afgezet op het Katwijkse strand door de ‘veerdienst’ Contact Holland, de groep rond Erik Hazelhoff Roelfzema. Zij hadden opdracht van SIS ‘to specialise in military and naval information, and such economic information as they could manage’. Radema zou – onder de schuilnaam Reinders of Ruyter – als marconist de draadloze communicatie met Londen verzorgen. De Jonge, primair verantwoordelijk voor het verzamelen van inlichtingen, kon bovendien informatie per post via Zweden doorgeven met een code die hij alleen kende.

De Nederlandse regering in ballingschap vroeg De Jonge om de sociaaldemocratische politicus en verzetsman Koos Vorrink te benaderen om naar Londen over te komen. Ook moesten, aldus een handgeschreven aantekening van Hazelhoff Roelfzema, de mannen zendapparatuur meenemen voor de eerder afgezette marconisten Johannes ter Laak en Willem van der Reijden, wier apparatuur bij aankomst verloren was gegaan.

Radema in het Nationaal Archief

Een kopie van Britse gegevens over Radema. Nationaal Archief, Defensie, 2.13.71, inv.nr. 2806.

Onderdak in Amsterdam

Radema vond bij en via vrienden onderdak in Amsterdam. Dochter Peitje herinnerde zich: ‘Mijn ouders hadden vrienden. Zij heetten Anton en Dina Albers. Op een middag zaten mijn moeder, Geert [haar broer] en ik aan tafel, toen Dina op bezoek kwam. Ze zei: “Riek, wil je even met mij meegaan?” Zonder ook maar een woord te zeggen stond mijn moeder op, trok een jas aan en ging mee. Aangekomen in hun huis trof zij daar mijn vader aan.’ Dat moet voor haar een schok zijn geweest. ‘Hoe kon je dat nou toch doen?’, vroeg ze hem. ‘Je doet wat voor je vaderland’, was zijn antwoord. Hij was, aldus Rika, fel op het fascisme. Anton Albers schreef na de oorlog dat Radema begin 1942 was komen aanlopen en onderdak zocht. Hij vertelde over zijn opdracht als geheim agent en vroeg Albers, werkzaam in de scheepsbouw in Amsterdam, om inlichtingen ‘omtrent het oorlogsmateriaal wat aldaar op dat tijdstip werd vervaardigd’. Aalders verrichtte ook koeriersdiensten naar Rotterdam voor Radema.

Hij kon ook terecht bij zijn vriend Frederik Bruinsma in de Sumatrastraat, die op zijn beurt Pieter Pot vroeg ‘om huisvesting te verlenen aan een vriend die als agent van de Nederlandse inlichtingendienst in bezet gebied was afgezet en die sinds enige dagen bij hem verbleef’. Zijn schuilnaam was Reinders. Pot ging, zoals hij in 1945 schreef, vanzelfsprekend op dit verzoek in:

De heer Reinders kwam dan ook enige tijd bij mij en verzorgde, evenals hij zulks ten huize van de heer Bruinsma deed, de berichtendienst van en naar Londen. Het mocht mij gelukken de heer Reinders ook een betrouwbaar adres in de stad Groningen te bezorgen en toen zijn werkzaamheden daar ten einde waren, was zijn adres beurtelings bij de heer Bruinsma en mij. Wij mochten ook, zo dikwijls als de noodzaak daartoe aanwezig was, ons huis openstellen voor zijn kameraden, de heren v.d. Plas [schuilnaam van Ernst de Jonge] en Overbeek [schuilnaam van de marconist Dono Ortt]. Het is onnodig te zeggen, dat er innige banden werden gelegd en deze mensen meer voor ons betekenden dan vrienden.

Soembawastraat

Soembawastraat 5 april 1938. Links ingang Tweede Ceramstraat, nr. 56 is in het tweede blok van rechts. Foto: Jacobus van Eck, Stadsarchief Amsterdam.

Peitje herinnerde zich dat haar vader Evert een paar keer ’s avonds en ’s nachts bij hen thuis was geweest, op Soembawastraat 56-III in Amsterdam-Oost. Toen hebben zij en haar broer hem gesproken. ‘Wij waren toen 14 en 13 jaar oud, bijzonder serieuze kinderen en felle moffenhaters.’ Evert Radema moet ook een verblijf- en zendadres hebben gehad in de Vondelstraat, blijkt uit verschillende bronnen.

Kort na aankomst begon Radema telegrammen te sturen met militaire en andere informatie. De Jonge stuurde drie brieven via Zweden. In een van zijn berichten liet Radema weten welke contacten zij hadden om inlichtingen in te winnen: de havenmeester van Rotterdam, een manager van KLM, een manager van Thomsen’s havenbedrijf en een manager van Smit en Co., alle drie eveneens uit Rotterdam, een artillerie officier uit Den Haag en een Leidse student. Er vormde zich een kleine groep rond De Jonge en Radema met reserveofficier artillerie Leen Pot, De Jonges Leidse clubgenoot Kees Dutilh en de Leidse student Wim Tjeenk Willink.

Deze laatste huurde samen met een studievriend een huis in Noordwijk, de Duindistel, dat als steunpunt voor de operaties van Contact Holland moest dienen, zoals de actie om Vorrink naar Engeland over te brengen. Vorrink wilde echter in Nederland blijven en wees journalist en verzetsman Lex Althoff aan als vervanger. De Jonge en Dutilh brachten regelmatig een avond door in de Duindistel en Radema kwam er vaak om te zenden. Althoff sloot zich bij hen aan in afwachting van de ophaalactie. Die mislukte in mei 1942 jammerlijk als gevolg van fouten aan Britse zijde. Hazelhoff Roelfzema schreef er een levendig verslag over.

Radema voelde zich, aldus zijn kleinzoon Evert Radema, in dit gezelschap niet erg thuis: ‘Mijn Opa Evert vond het maar niks tussen die korpsballen in een zomerhuisje achter de Scheveningse duinen en wilde zijn tijd nuttiger besteden overeenkomstig zijn opdracht en ging door het land reizen, hij wist de weg. Dit was de uitleg, die mijn vader mij gaf.’ Zijn familie in Groningen bezorgde hem het uniform van een jachtopziener waarin hij op de fiets de Drentse hei opging en onder meer de voorbereidingen voor een militair vliegveld bij Havelte spotte. ‘Het daarbij horend veldkijkertje’, schreef kleinzoon Evert, ‘heb ik nog in bezit’.

Het net sluit zich

Ondertussen sloot het Duitse net zich om De Jonge, Radema, de medewerkers van hun inlichtingengroep en SIS-agenten Jan Emmer en Dono Ortt die op 12 maart door Contact Holland aan de Nederlandse kust waren afgezet. Dat gebeurde langs twee wegen, beide het gevolg van Duitse infiltratie van de operaties van een andere Britse geheime dienst, de Special Operations Executive (SOE). Die dienst richtte zich op het ontwrichten van de Duitse bezettingsmacht door middel van sabotage en opbouw van een zogenoemd geheime leger om de geallieerde troepen te kunnen ondersteunen. SOE had vanaf eind 1941 een aantal geheim agenten in Nederland gedropt, maar de Sicherheitsdienst en de militaire contraspionage, de Abwehr, hadden zich in het voorjaar van 1942 al meester weten te maken van dit netwerk en zetten met de zenders een ‘spel’ op, zonder dat de Britten het in de gaten hadden. Dit werd later bekend als het Englandspiel. Ook de SIS-agenten werden daar het slachtoffer van.

De eerste weg was via een door SOE gebruikt contactadres in Haarlem. Hier kwamen de Duitsers erachter dat een groep mensen van plan was over te steken naar Engeland. Een van hen was de belangrijke informant van De Jonge: de havenmeester van Rotterdam. Hij werd gearresteerd met compromitterend materiaal.

Het tweede spoor dat naar de SIS-agenten leidde, was wat we de Pijnacker-connection zouden kunnen noemen. In Pijnacker waren gemeenteambtenaren bereid om agenten te voorzien van een goed persoonsbewijs. Toen een SOE-agent met zo’n persoonsbewijs in Duitse handen viel, werd dit ontdekt. Omdat ook SIS-agenten persoonsbewijzen uit Pijnacker kregen, kwamen zij dankzij een infiltrant eveneens in het blikveld van de bezetter. Althoff, De Jonge en Pot werden opgepakt in Rotterdam op 22 mei 1942. Leen Pot wist te ontsnappen, maar het lukte niet om Radema op tijd te waarschuwen.

Ondertussen had Radema zelf het idee opgevat om te vertrekken, blijkt uit het verhaal van Pieter Pot. Hij en Bruinsma wisten dat Radema op een gegeven moment naar Engeland zou vertrekken, maar

toch kwam het ons nog onverwacht, toen de heer Reinders op zaterdag 23 mei te ontzet kwam om afscheid te nemen. Hij was toen zeer terneergeslagen en zei, dat hij zou trachten zo spoedig mogelijk van hier weg te komen, daar hij een gevoel had, dat ‘de grond hem onder de voeten brandde’. De heer Reinders verkeerde in grote zorg om zijn kameraden, waarmee hij sinds enige dagen geen contact had kunnen verkrijgen. Zijn doel was hen zo mogelijk op te sporen om dan gezamenlijk de terugreis naar Engeland te ondernemen.

Van zijn familie heeft Radema geen afscheid kunnen nemen. Zijn dochter schreef: ‘Toen wij ineens niets meer van hem hoorden (geen afscheid) zijn wij heel bezorgd geweest, maar hoopten, dat hij plotseling was teruggegaan naar Engeland en geen kans had gezien afscheid te nemen.’ Radema werd op 29 mei in de Vondelstraat gearresteerd – volgens Joseph Schreieder van de Sicherheitsdienst door toedoen van de beruchte infiltrant Anton van der Waals. Ook Emmer en Ortt werden in deze tijd opgepakt.

Radema werd net als alle andere opgepakte geheim agenten eerst gevangengezet in Haaren. Hij was een van de veertig die via Assen en Rawicz naar Mauthausen werden gedeporteerd en daar op 6 en 7 september 1944 op gruwelijk wijze om het leven werden gebracht. De door De Jonge en de zijnen opgezette groep is ondanks arrestaties tot het eind van de oorlog als Groep Kees een belangrijke inlichtingenbron voor Londen geweest.

Vele jaren later

Pas na de bevrijding werd de familie Radema op de hoogte gesteld van het lot van Evert. Op 18 juli 1945 plaatste zij een overlijdensadvertentie, waaruit grote droefenis spreekt. Het is geen wonder dat de familie volkomen overvallen werd door de beweringen van Frank Visser in zijn boek De bezetter bespied uit 1983. Daarin stelt Visser dat de Duitse Abwehr vrijspraak had aanbevolen voor Radema (en Willem van der Reijden) omdat hij na arrestatie ‘vrijwillige en volledige medewerking aan de Sicherheitsdienst’ zou hebben verleend. Terwijl zijn collega’s naar Duitsland werden getransporteerd, zou hij in vrijheid zijn gesteld. De familie van Radema was door deze voorstelling van zaken ‘zeer op het hart getrapt’. Zij wilden uitleg van Visser, maar kregen die niet.

Waarop steunde de bewering van Visser? Nadat in 1943 vijf agenten uit Haaren waren ontsnapt, vroeg de Sicherheitsdienst zich af wat zij met de overgebleven agenten moest doen. In een advies van de militaire contraspionage, de Abwehr, werd inderdaad voorgesteld om Radema in vrijheid te stellen vanwege ‘medewerking in een vroeger V-Mann Spiel met radio’. De opsteller van het advies had echter geen directe kennis van de gebeurtenissen en vergiste zich wat Radema betreft volkomen. Er was weliswaar geprobeerd met de zendapparatuur van Radema – die, aldus Schreieder, ‘hoe zal ik het zeggen, nogal gesloten’ was – een spel op te zetten, maar dat was op niets uitgelopen. Zowel Schreieder als Hermann Giskes van de Abwehr beaamden voor de Parlementaire Enquêtecommissie dat het spel spaak liep omdat Radema zijn zogenoemde ‘security check’ niet had afgegeven, het vooraf afgesproken teken met SIS om aan te geven dat hij in vrijheid zond. Dat was opgemerkt in Londen: toen via zijn zender op 6 juni een slecht gecodeerd telegram zonder security check binnenkwam – bovendien het eerste bericht sinds 18 mei –, vermoedde SIS direct dat de Duitsers aan de knoppen zaten. Het is onbegrijpelijk dat Visser opgeschreven heeft dat Radema ‘meegewerkt’ had en vrijgelaten was. Het was kwetsend voor de familie en volkomen in strijd met wat hij op basis van openbare bronnen toen had kunnen en moeten weten.

Monument Foxhol

Monument voor Foxholster verzetshelden. Foto Steven Radersma, RTV Noord.

Radema werd postuum onderscheiden met de King’s Commendation for Brave Conduct en het Bronzen Kruis. Zijn naam prijkt op een monument voor Foxholster verzetshelden en allen die door de hand van de bezetter niet terugkeerden en in maart 2026 is in Foxhol een straat naar Radema hernoemd.

Zie ook Tamara Becker & Frans Becker, ‘Geheim agent Evert Radema. “Je doet wat voor je vaderland”’, Terugblik ’40 – ’45. Maandblad van de Documentatiegroep ’40 – ’45, 64/4 (april 2026) 17-21.


Bronnen

  • Nationaal Archief (NA), Defensie, 2.13.71, inv.nr. 2806.
  • NA, Parlementaire Enquêtecommissie Regeringsbeleid 1940-1945, 2.02.27, inv.nr. 127.
  • NA, Correspondentiearchief Documentatie Staats- en Strafrecht, 2.09.159, inv.nr. 585.
  • Floris B. Bakels, Wachter op de morgen. Het korte leven van Christian Corneille Dutilh, geboren 1915, gefusilleerd 1944 (Kampen 1988).
  • Enquêtecommissie Regeringsbeleid 1940-1945, Verslag houdende de uitkomsten van het onderzoek 4A en B, De Nederlandse geheime diensten te Londen. De verbindingen met het bezette gebied (Punt F van het Enquêtebesluit), Verslag en bijlagen (’s Gravenhage 1950), Bijlage 15, Seymour aan Somer, 25 juni 1943.
  • Enquêtecommissie Regeringsbeleid 1940-1945, Verslag houdende de uitkomsten van het onderzoek 4C-I, De Nederlandse geheime diensten te Londen. De verbindingen met het bezette gebied (Punt F van het Enquêtebesluit), Verhoren (’s Gravenhage 1950).
  • Becker & Becker, Het Englandspiel en de geheime diensten in Londen (Amsterdam 2024).
  • Melle Vos en Daan Hulsebos, ‘Foxholster geheim agent in de Tweede Wereldoorlog’, Pluustergoud. Halfjaarlijks tijdschrift van de historische vereniging Hoogezand-Sappemeer e.o. 33 (2011) 4-16.
  • ‘Vrouw vermoorde para over tv-beelden proces-Gogl: “Ik kreeg brok in de keel”’, Nieuwsblad van het Noorden, 21 november 1975.
  • Stadsarchief Amsterdam, Archiefkaart Evert Radema.
  • Frank Visser, De bezetter bespied. De Nederlandse Geheime Inlichtingendienst in de Tweede Wereldoorlog (Zutphen 1983).
  • Mededelingen en documentatie van Evert Radema, kleinzoon van Evert Radema.

Alle blogs SIS-agenten